Trots op streektaal

Terug naar Artikelen
Home


Trots op je (streek)taal... (ofwel: het Maggi-concept)

Motto: Dikwijls wordt trots gebruikt voor een gevoel van eigenwaarde dat ongegrond is.

Als een moeder - van eenvoudige komaf - in de herfst van haar leven zegt: 'Ik ben er trots op dat mijn zoon piloot is geworden', dan heb ik daar geen enkele moeite mee.
Iemand - die het schrijven gemakkelijk afgaat - en trots is op het uitkomen van zijn tiende boek, heb ik al een stuk minder bewondering voor.
En ik ben helemaal niet trots op iemand die - oorlog of niet - tien of meer mensen naar het hiernamaals heeft geholpen.
Een timmerman/metselaar die dagelijks - ook in weer en wind - duizend stenen keurig op elkaar stapelt hoor ik zelden of nooit het woord trots in de mond nemen.

Het trots zijn geeft vaak blijk van een eigendunk die (hoog) verheven is boven een ander of iets anders. Is trots zijn op jezelf omdat je bijv. 'de tocht der tochten' (Elfstedentocht) hebt volbracht, terecht? Zo'n gevoelsmoment van trots omdat je even boven jezelf uitstijgt is prima als je direct daarna relativeert dat er nog tienduizenden collega's zijn die dat zelfde hebben gepresteerd. Het boven jezelf of boven een ander uitstijgen is meestal een gevolg, zoals de slogan van Maggi: een beetje van jezelf en een beetje van Maggi. Bepaalde omstandigheden en voorwaarden, en een - meer of minder - deel eigen inbreng maken de prestatie mogelijk.

Vooral politici zijn tegenwoordig al gauw 'geschokt' bij het horen van bepaalde gebeurtenissen. Als modewoord kom je dat 'geschokt zijn', even later ook tegen bij de buurvrouw in de supermarkt die geschokt is als de aardappelen plotseling vijfentwintig cent duurder zijn geworden.

Moet of mag ik trots zijn als 'onze jongens' wereldkampioen zijn geworden? Helaas, ik kan het niet. Ik kan er hooguit blij om zijn maar werkelijk niet meer dan dat.

Nee, ik ben helemaal niet trots op mijn glimmende bolide voor de deur. En zo ben ik ook niet trots op mijn (streek)taal. Beide zijn slechts gebruiksvoorwerpen waar ik op z'n tijd graag gebruik van maak.

Trots zijn op je eigen (streek)taal impliceert dat je andere talen (die je in je omgeving kent) minderwaardig vindt. Taal is in eerste instantie slechts een communicatiemiddel en alleen al daarom, niets om trots op te (kunnen) zijn.

Liever zou ik het woord trots vervangen door 'blij'. Ja, ik ben blij als ik de taal van mijn moeder om mij heen hoor. Ik ben daar niet trots op. Ook van de prestatie om de bijbel in het Stellingwerfs te vertalen word ik blij. Het is voor mij niets om trots op te zijn omdat in dit geval werd voldaan aan bepaalde omstandigheden en voorwaarden waardoor ik dat werk heb kunnen volbrengen. Ik hoefde - net als met Maggi - maar weinig van mezelf toe te voegen. Veel anderen hadden het ook kunnen doen maar daarvoor waren blijkbaar (nog) niet de juiste omstandigheden en voorwaarden voorhanden.

Van bijna alle streekeigen talen in Nederland hoor je vaak zeggen dat de inwoners - met de Friezen voorop(?) - trots zijn op hun eigen taal. Meestal betekent dat dat ze hun eigen taal (dus) boven het ABN en alle andere bekende (streek)talen stellen. Om allerlei redenen wellicht best een beetje terecht omdat bijv. het Fries een veel oudere taal is dan het Nederlands. Vanuit dat aspect kan het Nedersaksisch in Nederland wellicht nog meer rechten claimen maar om welke reden ik trots zou moeten of kunnen zijn op mijn streektaal, het Stellingwerfs (Nedersaksisch), kan ik niet bedenken. Het is ook geen prestatie. Trots zijn op een taal is blijkbaar een emotioneel gevoel. Wellicht heb ik een te laag EQ...!


Piet/er Bult