Zienend

Terug naar Essays
Terug naar Nederlands
Home


Zienend...

Finkers en de mimiek van taal

Februari 2012 - 'Marie hef ziene fietse kepot.' (Marie heeft zijn fiets stuk. / Marie haar fiets is stuk.). Met deze zin bracht de Twentse Herman Finkers een discussie op gang over de beleefdheidsvorm in/door het bezittelijk voornaamwoord. Vooral Marc van Oostendorp (Onze Taal) reageerde nogal heftig en stelt zelfs dat Finkers 'iets nieuws' signaleert. Is dit inderdaad iets nieuws?

(a) Net als het Twents nou niet bepaald de wortel is van alle talen slaat Finkers ook enigszins door met het duiden van beleefdheid d.m.v. het bezittelijk voornaamwoord en (b) de geboren en getogen ABN-spreker zal dit soort fijngevoelige nuances van het oude Nedersaksisch (NDS) nooit aan-(kunnen)-voelen.

Het is volgens mij geen klare zaak om een beleefdheidsvorm (buiten uw en jouw) uit te drukken middels de keuze van het bezittelijk voornaamwoord. Het heeft m.i. veeleer te maken met de totaal vriendelijker ondertoon van het NDS t.o.v. het ABN. Je kunt dit in het ABN enigszins vergelijken met bijv. de (schrijf)vormen van jij en zij t.o.v. de spreek- en nadrukvormen je en ze: heb jij dat gedaan? vs. heb je dat gedaan?

Dat het verschijnsel 'zijn' fiets niet past bij bezit van een vrouwlijk persoon mag de in het ABN opgegroeide spreker vreemd in de oren klinken maar is - of eigenlijk liever, was tot voor kort - in het Nedersaksisch taalgebied in noord- en oost-Nederland vrij gebruikelijk. Door invloed van het ABN(?) raakt dit verschijnsel trouwens hoe langer hoe meer in onbruik.

Zowel gesproken als geschreven is taal natuurlijk veel meer dan alleen een aaneengesloten woorden(b)rij. En interpretatie van woorden en zinnen is ten minste zo belangrijk als de kale, grammaticaal correct gebruikte woorden. En wat vaak wordt vergeten: de ontvanger bepaalt uiteindelijk wat hij hoort of leest.

Het Engels kent geen discussie over de aanspreekvorm van God of over het kleinkind van opa. In de Engelse taal is voor wat dat betreft iedereen gelijk: you. Voor leesduidelijkheid wordt 'you' soms met een hoofdletter geschreven: You. Het Duits en ABN (beide van Indogermaanse afkomst) kennen de beleefdheidsvorm 'sie' en 'u' respectievelijk in de vrienden- en jongerenvorm 'du' en 'jij'. Toch hoor je nog vaak een jonge Nederlandse knul -onbeleefd- tegen een wat oudere heer van stand in het Duits 'du' zeggen.

Op het scherp van de snede kun je - behalve misschien bij een spelletje wedstrijdbridge - niet volstaan met een schriftelijk afhandelen van onderhandelingen. Lichaamstaal, gebaren en mimiek is in het geval van communicatie middels taal een belangrijk onderdeel van het verstaan (lees: begrijpen) van een woordenstroom.

Volken in oude tijden (middeleeuwen) en voornamelijk in kleine kring - globalisering bestond nog niet - kenden vaak een heel andere waarde toe aan hun (spreek)taal. Voor ieder detail was weliswaar in die eigen kring wel een woord voorhanden, toch had men vaak aan een half woord genoeg. Het Nedersaksisch (NDS) is hier t.o.v. het ABN een prima voorbeeld van. Ieder onderdeeltje van een boerenkar heeft een duidelijke naam. In het ABN kom je verder met het noemen van het artikel- of bestelnummer van dat onderdeel.

Het ABN komt vaak niet verder dan een verschil in nadruk met bijv. woordjes als jij (je), zij (ze), wij (we). Het NDS kent ook nog de best wel veel voorkomende nadrukkelijke vorm ikke voor ik en ieje voor ie (jij). Wel wordt die nadrukkelijke vorm (jij, zij, wij) meer in schrijfvorm gebruikt dan in spreekvorm (je, ze, we).

Terug naar de fiets van Finkers. 'Marie ziene fietse' is in het NDS inderdaad gewoon gebruikelijk. Aan de eerder genoemde beleefdheidsvorm in dit zinnetje moet trouwens niet al te zwaar (meer) worden getild. In (vertaald) ABN spreektaal zou het bijv. kunnen worden: Marie z'n fiets. Het verschil tussen - de kille - vrij nieuwe ABN schrijftaal en - de veel warmere - oude NDS spreektaal lijkt die beleefdheidsvorm reeds te impliceren. Niets is evenwel minder waar. Vergelijk het 'Cockney English' met het 'popular'; koud en afstandelijk t.o.v. warm en intiem.

Het is niet meer dan die intieme warmte van de oude spreektaal van het NDS t.o.v. de kilte van het veel nieuwere ABN. De intense warmte van het NDS wordt door o.a. Anne van der Meiden (Twenste bijbelvertaling) wel uitgedrukt met de metafoor dat bijbeltekst in de eigen streektaal op de skoefkoare (kruiwagen) achterom, tot aan de keukentafel wordt gebracht waar het ABN niet verder komt dan het afleveren van de tekst als met een vrachtauto aan de straat.

Dat ABN-taligen voor dit soort gevoelsmatige taalkwesties wellicht minder gevoel hebben ontwikkeld zullen we hen maar niet kwalijk nemen.


PS-1: iets wat kapot is wordt - weliswaar vooral ook afhankelijk van wat precies kapot is - gewoonlijk aangegeven met: in tweeŽn (NDS: in twey, in twienen); mien fiets ligt in twienen (mijn fiets is stuk/kapot).

PS-2: in het NDS wordt over het algemeen iets gewoonlijk meer direct aangeduid dan in het ABN. Niet de fiets is stuk maar bijv.: de trapper ligt eraf of de ketting ligt eraf.

PS-3: ook een interessant onderwerp is het verschil in de (on)mogelijkheid tot eindrijm in het NDS t.o.v. het ABN (groene versus rode volgorde). Dit heb ik in sept. 2011 tijdens een forum over Beatrijs in de KB in Den Haag nog te berde gebracht.


© Piet/er Bult