Trolleyprobleem

Terug naar Verhalen
Terug naar Nederlands
Home


Uit de bundel 'Een mooie boules':

Trolleyprobleem

Meestal, en zonder er waarschijnlijk erg in te hebben, staan we tijdens een spelletje petanque regelmatig voor een dilemma en ontstaat er een zo genaamd trolleyprobleem...

Bij veel spellen en sporten is het heel gebruikelijk om, zoals bijvoorbeeld bij het damspel, één eigen schijf te offeren om daarmee twee of zelfs meer schijven terug te kunnen pakken van de tegenstander of een aantal eigen schijven juist te behoeden. Klinkt simpel, gewoon die éne steen offeren en die het liefst dubbel en dwars terugpakken, nietwaar? De zelfde situatie maar dan toegepast op mensen geeft toch wat een andere kijk op de zaak.

In een artsenpraktijk heeft een man snel een donorhart nodig, of hij zal onherroepelijk sterven. Een andere man in die zelfde praktijk heeft rond die zelfde tijd snel twee nieuwe donornieren nodig, of zal ook onherroepelijk sterven. Dan komt er een sportieve vent bij de dokter met een simpel botbreukje. Deze man heeft precies het juiste donorhart en precies een passend stel donornieren voor die andere twee mannen uit zijn praktijk. Denk je dat de arts deze éne sportieveling gaat offeren om de twee anderen van hun gewisse einde te redden? En als je geneigd bent om toch vooral maar niet in te grijpen, zou je in een vergelijkbaar geval, dit dan wel doen als je door het offeren van die éne persoon veel of zelfs heel veel mensenlevens zou kunnen redden?

Neem je, met de allerlaatste boule nog in je hand het éne liggende punt, of ga je die bal alsnog serieus gooien met het risico de winst weg te geven of misschien toch nog een extra punt te kunnen scoren? Heeft het prijzengeld er misschien mee te maken? Voor een reep chocolade neem je het risico wel maar in een partij om duizend euro, dan toch maar liever niet, of wellicht juist andersom? Hangt het misschien van je speelpartner af? Als het goed uitpakt ben je zijn complimenten waarschijnlijk al snel weer vergeten. Of ben je misschien bang om vreselijk op je donder te krijgen als je goedbedoelde worp mislukt?

Gelukkig heb ik geen artsenpraktijk en kan ik mij prima redden zonder die vette hoofdprijs bij een partij petanque. Blijft over, de gedachte over mijn speelpartner. Ziet hij er erg sterk uit, moet ik bang voor hem zijn, of is het een jofele kerel die zelf toch ook wel eens een risicootje neemt? Natuurlijk ga ik een wijle met hem overleggen maar binnen de minuut van art. 20 uit het spelreglement, heb ik persoonlijk geen enkele moeite de juiste keuze, herstel, míjn juiste keuze te maken.


© Piet/er Bult